Hogetemperatuur

Extra temperatuur- en vochtmeting op tien meter hoogte bovenin de meetmast.

Onder de statusmeldingen en de grafiek staat een beschrijving van het project.

Statusmeldingen

█ Temp/hum operationeel in de weerhut werkt naar behoren
█ Temp/hum bovenin de meetmast werkt naar behoren

Lopend 24-uurbeeld

De grafiek toont de ruwe uitvoer van de temperatuurmetingen op klomphoogte, in de hut en op tien meter bovenin de meetmast. Vocht en dauwpunt zijn voor huthoogte en top van de meetmast ook beschikbaar. Klik of tik erop om parameters aan en uit te zetten.

Achtergrond bij meting van temperatuur en luchtvocht op tien meter hoogte

Hoe lager bij de grond, hoe meer het aardoppervlak de temperatuur beïnvloedt. Vlak boven de grond, op klomphoogte, wordt het grasminimum gemeten. Grondvorst speelt zich op deze hoogte af en voor gewassen is dit een relevante meting. Het is aan de grond woester dan op waarnemingshoogte in de hut: warmte is er warmer, kou is er kouder. De WMO hanteert anderhalve meter (soms ook twee meter) als de voorgeschreven standaardmeethoogte voor temperatuur. Het KNMI is ook de waarnemersnetwerken conformeren zich daaraan. Op die manier zijn er dus twee metingen, het grasminimum en de waarnemingshoogte. Als je nog verder boven de grond komt, neemt de invloed daarvan alleen maar verder af. Hoe hoger, hoe minder stralingskou of grondvorst. Ook bij situaties waarbij het dauwpunt wordt behaald is de grond van belang. Nevel- en grondmist manifesteren zich soms pal aan de grond, maar ook wel eens tussen een halve meter en drie tot vier meter hoogte. In zulke situaties is het hoger boven de grond vaak helder en warmer. Op grote hoogte zien we dus wederom een ander beeld dan op de waarnemingshoogte.

Het is interessant om te zien wat nachten met stralingskou doen met de atmosfeer en of zich koude lucht op de grond ophoopt terwijl het hogerop in de atmosfeer langer warm blijft. Om dat te meten is een meting op grotere hoogte boven de grond nodig. Meetsites voor weerobservatie met grote hoge meetmasten zoals Cabauw meten daartoe de temperatuur op meerdere hoogtes verticaal in de meetmast. Nu is Cabauw geen halve maatregel (een 213 meter hoge mast) en voor Weerstation Holsloot is dat vooralsnog wat te hoog gegrepen. Maar tien meter is wel te doen, want dat is de mast toch al omdat de wind op die hoogte gemeten dient te worden.

Om meer te weten te komen over het temperatuur- en vochtgedrag in koude stralingsnachten is zo hoog mogelijk bovenin de meetmast op tien meter hoogte een extra thermometer en luchtvochtmeter ingehangen in een extra hutje. Zo kan worden gevolgd en bekeken hoe de atmosfeer over een dikte van tien meter afkoelt en opwarmt door de tijd heen en hoe de vochtverzadiging zich gedraagt. Met name tijdens situaties met straling en mist (koude nachten) is dit interessant. Wanneer de luchtvochtigheidssensor in de weerhut naar 100% neigt en die op tien meter nog op 90% blijft steken, is bijvoorbeeld duidelijk dat er grondmist ontstaat. Met de grafieken op deze projectpagina kan iedereen zelf analyses maken door parameters aan en uit te zetten.

Het experiment geldt als semi-permanent: de meting is experimenteel en gestart in augustus 2021, maar het experiment is niet voorzien van een einddatum. De temperatuur-en luchtvochtigheidssensor hebben een vaste opstelling in de meetmast en de sensors draaien op die plek gewoon mee alsof het operationele instrumenten zijn in vaste opstelling. De data belandt net zoals die van de andere instrumenten in de database en op deze pagina is een recente tijdsperiode weergegeven voor vlotte visuele analyse.

Voor meer informatie over het experiment kan met contact opnemen via het formulier op deze pagina.