Meetlocatie en uitdagingen

Weerstation Holsloot bevindt zich in een weidegebied in een rivierdalletje. Deze locatie brengt enkele uitdagingen mee waarin in de opzet van het station rekening is gehouden.

Een locatie middenin een weidegebied is zeer aantrekkelijk, maar het gebied is in agrarisch gebruik zodat er vee en trekkers in de buurt kunnen komen. De bodemgesteldheid is van invloed op de verankering. Het gebied kan soms onder water lopen, er broeden weidevogels, er is vliegverkeer van ballonnen en defensiehelikopters en ook moet er worden gedacht aan bliksemafleiding.

Vliegverkeer: laagvliegroute en heteluchtballonnen

  

Weerstation Holsloot bevindt zich in een corridor die voor Defensie als laagvliegroute is aangemerkt. Men oefent er met straaljagers en met laagvliegende apache’s. Het is verboden om kunstmatige objecten hoger dan 12 meter te plaatsen zonder vergunning. Een meetmast is per definitie tien meter hoog zodat een potentieel probleem nog juist wordt vermeden, maar in de praktijk zijn er Apache-helikopters over het gebied gevlogen op een hoogte die laag genoeg is om in botsing te komen met een tien meter hoge meetmast.

Het grote lege weidegebied is ook in trek als landingsplek voor heteluchtballonnen. Die landen graag in weidegebieden met weinig schrikdraad, sloten of vee en daar voldoet het gebied in de zomer goed aan.

  

Om de kans op problemen te verkleinen zijn er maatregelen getroffen om de zichtbaarheid van de meetsite te kunnen vergroten als de omstandigheden erom vragen. De mast is voorzien van obstakellampen. Normaal staan die uit, maar ze kunnen aan worden gezet tijdens oefenweken van Defensie en ‘s avonds tijdens het ballonvaartseizoen.

Weidevogelbroedgebied

Het weerstation bevindt zich in een weidevogelbroedgebied. Het is verboden om permanente objecten op te stellen die hoger zijn dan een draadpaaltje waarop een roofvogel een landingsplaats kan vinden om vanaf daar te loeren op kuikens van weidevogels. Daarom zijn de meetmast (bovenzijde, zie foto), het zonnepaneel voor de stroomvoorziening, de rand van het dak van de weerhut en alle andere objecten die zich hoger dan een meter bevinden (zoals het bordje met de geslotenverklaring Artikel 461) voorzien van een bovenrand met vogelwerende vertandingen. Tot op heden is er nog nooit een roofvogel op gespot.

Agrarisch gebruik

Buiten het weidevogelseizoen kan er vee worden geweid en gras worden gemaaid in het land rondom het weerstation. Boerenzoons die met de cyclomaaier per ongeluk een tuikabel kappen moeten we niet hebben, zodat er zichtbaarheidsverhogende maatregelen en (voor in het uiterste geval) fysieke beschermingsmaatregelen zijn genomen. De ankerpunten van de tuien zijn met een roodwitte stalen buis gemarkeerd en de draden zelf hebben roodwitte banden rondom de onderste anderhalve meter zodat ze sneller kunnen worden gezien. Ook de weerhut draagt drie rode banden om zijn poten. Tevens is de doorgang tussen de weerhut en de meetmast geblokkeerd met een hekje zodat rennende dieren niet zomaar dwars over het terrein kunnen rennen.

Waterberging

  

Het rivierdalletje waarin het weerstation zich bevindt heeft een dubbelfunctie als noodwaterberging. In extreme gevallen kan het gebied een meter onder water lopen waardoor het weerstation opeens ‘offshore’ staat. Op de foto hierboven uit 2006 (de eerste meetsite, toen nog zonder Hellmann of meetmast) valt het nog wel mee, maar in principe kan de hele vlakte vol lopen.

Water heeft twee grote problemen: kortsluiting en schade door drijvende voorwerpen. Als de meetmast wordt geramd door losgeslagen hout of ander drijfpuin levert het bij objecten van normale omvang (pallets, boomstammetje, etc.) niet direct problemen op: de signaaldraden zitten binnenin de mast afgeschermd door het vakwerk en een stevige mantelbuis. De weerhut staat niet op een houten bok, maar op drie stalen poten die stevig in de grond zijn verankerd en die ook wel wat kunnen verdragen.

Om schade aan de elektra te voorkomen bevindt zich geen elektronica lager dan 1.20 meter. Bij inundatie zal de automatische regenmeting (tijdelijk) uitvallen: error overflow. Het is dan simpelweg afwachten tot het water weer is verdwenen. Andere metingen zullen tijdelijk onbetrouwbaar worden: de grasminimumthermometer is een waterdichte sensor en die zal dan tijdelijk de watertemperatuur aangeven. (Ook wel leuk natuurlijk, maar niet echt wat de bedoeling is.) Ook wordt de temperatuur- en zonmeting enigszins onbetrouwbaar: zon kan spiegelen op het water. Maar schade aan de apparatuur zou niet op moeten treden.

Geen elektriciteit, wel bliksem

  

Het weerstation heeft geen netaansluiting. Daar zijn ook geen mogelijkheden voor. Data kan draadloos worden verstuurd, maar elektriciteit niet. De stroomvoorziening is daarom geregeld met een zonnepaneel. Voor de liefhebbers draait de installatie dus ook op groene stroom.

Toch is er wel stroom uit externe bron: bliksem. Diverse collega’s zoals Weerstation Losser hebben al eens een oplawaai op het weerstation gehad met alle gevolgen van dien. En zij bevinden zich dan nog in de bebouwde omgeving aan de schoorsteen. Weerstation Holsloot is van een andere categorie: een tien meter hoge metalen meetmast middenin in het vrije veld, honderden meters bij enig ander object vandaan. Een voltreffer is een kwestie is van not if, but when.

Een inslag zelf kan niet worden voorkomen. Maar wel kan de apparatuur zo goed mogelijk worden beschermd. Lange kabels beschikken over smoorspoelen om inductiepulsen zo goed mogelijk te blokkeren. Het elektrisch systeem is volledig gesloten: het mastlichaam wordt dus niet als massa (minpool) gebruikt. Aan de bovenzijde van de meetmast zit een scherpe bliksempiek die zo aantrekkelijk mogelijk is om bliksem bij voorkeur in de mast zelf te laten inslaan en niet in de windmeter of de obstakellampen. De meetmast zelf is laagohmig geaard tot in het grondwater.