Een tien meter hoge satéprikker?

Stille zomeravonden zijn erg in trek bij heteluchtballonnen. En die moeten ook landen.

Het rivierdalletje waar weerstation Holsloot staat is een grote grasvlakte zonder veel obstakels. Daardoor is het een ideale landingsplek voor ballonnen. Wat je dan niet wil is dat de ballonpiloot het weerstation over het hoofd ziet. Een gespietste ballon op de meetmast is een blamage voor de ballonpiloot, lastig voor de metingen en het kan ook aardig in de papieren lopen.

De witte weerhut mag dan opvallen, maar de hogere grijze meetmast is verrassend slecht te zien vanuit de lucht. (Dat geldt voor vakwerk in het algemeen, pak maar eens een luchtfoto van een hoogspanningslijn). Mede daarom is de meetmast voorzien van rode obstakellampen die de zichtbaarheid kunnen vergroten als de omstandigheden daarom vragen.

Vandaag was plotseling de vuurdoop. Met weinig wind om te navigeren kwam een heteluchtballon wel erg dichtbij. Alles wat maar licht kon geven werd aangezet (ook de waaklamp) en uiteindelijk landde de ballon op ruim honderd meter afstand.

De ballonpiloot gaf aan de obstakellampen al vanaf enige afstand te hebben opgemerkt. De proof of concept van het nut van obstakellampen op de meetmast is daarmee in een klap geleverd.

Nu nog wel iets regelen waardoor de lampen alleen in de avonduren aan gaan, want midden overdag of middenin de nacht vliegen er geen ballonnen en kost het alleen maar stroom. In het zomerhalfjaar is twee uur vóór en twee uur ná zonsondergang voldoende. De rest van het jaar is het überhaupt niet nodig, behalve tijdens oefenweken van Defensie. Dat wordt hobbyen met een timer en een Schmitt-trigger.